top of page
Search

Tuinportret #1: De regeneratieve tuin

Updated: 3 days ago


“…geschenken vermenigvuldigen zich doordat wij voor ze zorgen, en ze nemen in aantal af als we ze verwaarlozen. We zijn met elkaar verbonden in een overeenkomst van wederkerigheid, een verdrag van wederzijdse verantwoordelijkheid om dingen te ondersteunen die ons ondersteunen.”

Robin Wall Kimmerer

 


Maart 2025. In het vroege voorjaar rijd ik van Brabant naar de Achterhoek. Naar het buitengebied van Lochem om precies te zijn. Er is vandaag een open dag op een gigantische nieuwe regeneratieve boerderij, genaamd ‘t Gagel. Anne van Leeuwen, één van de vier ondernemers die deze plek heeft opgezet, leidt een groep rond over het terrein. Ik sluit me aan. Ze vertelt gepassioneerd, intelligent en in een duizelingwekkend tempo over alle principes en uitgangspunten van deze boerderij. Even is ze afgeleid: "Vliegt daar nou een buizerd? Oh nee een wouw jongens, een rode wouw! Jij hebt een kijker Hans! Het is een wouw!"

 

Ik had thuis al over haar gelezen. Anne van Leeuwen (1987) groeide op in de polder, ging kunstgeschiedenis studeren, maar kon uiteindelijk de natuur niet loslaten in haar bezigheden. In een interview dat ik tegenkwam zegt ze “Mensen beschouwen zichzelf als iets bovennatuurlijks, terwijl we natuurlijk gewoon onderdeel zijn van een ecosysteem. En elke keer zijn we weer verrast. Als bijvoorbeeld blijkt dat wij niet de enige soort zijn die ‘gereedschappen’ gebruikt” ... “Waar ik me over verbaas, is dat we ons daarover blijven verbazen. Dat komt doordat we denken dat we fundamenteel anders zijn dan de rest van het leven. Die scheiding is wat mij betreft de kern van heel veel van de problemen die we op dit moment hebben.”


Portret/Illustratie 't Gagel


Regeneratie

Regeneratief betekent op deze boerderij dat ze continu werken aan meer leven. Zo leer ik in de rondleiding. Als ze een probleem tegenkomen denken ze niet ‘hoe krijgen we dit weg’ zoals er meestal wordt gedacht in de landbouw, waardoor er heel veel biodiversiteit verloren is gegaan, maar ze denken ‘wat kan er nog bij om het probleem om te zetten naar iets positiefs?’ Dus voor de slakkenoverlast hebben ze loopeenden die hier dol op zijn, om de woelmuizen in bedwang te houden nodigen ze uilen en torenvalken uit met geschikte nestkasten. En zo kijken ze steeds wat er op dat moment nodig om toe te werken naar een landschap van overvloed, waarin iedereen elkaar opeet en er meer dan genoeg is voor iedereen.

 

Een paradigmawisseling

Na de rondleiding raak ik met haar in gesprek. Ik vertel haar dat ik geïnteresseerd ben in wat ik als kunsteducator kan leren van een tuin en naar hoe we in de cultuursector veel meer natuurlijk denken kunnen integreren. Ze is geboeid en kan in woorden vangen wat mij nog niet zo goed lukt. “We hebben geen natuurcrisis maar een verbindingscrisis.” Er is volgens haar “een paradigmawisseling nodig om het onderscheid tussen mens en natuur dat zich via Aristoteles, ‘the chain of being’ van Darwin, het Joods-Christelijk denken, het verlichtingsdenken en uiteindelijk het modernisme heeft vastgezet, op te heffen”. Voor haar is de relevantste vraag: Hoe worden we weer inheems? “Want middels inheemse spiritualiteit kunnen we weer wederkerig handelen met de rest van het leven.” Belangrijke inspiratiebronnen zijn voor haar Potawatomi (Inheems Amerikaans) plantkundige Robin Wall Kimmerer, die schrijft over hoe haar voorouders bezield met het landschap leefden. En milieudeskundige en activist Paul Hawken. “Hawken zegt dat we alle verschillende kennis, vaardigheden en passies nodig hebben om de paradigmawisseling voor elkaar te krijgen.” En dat kan wat hem betreft in één generatie lees ik op zijn gelijknamige boek.

 

Hoop

Anne’s verhaal over het onderscheid tussen natuur-cultuur en haar beargumentatie resoneert sterk. Het voelt zo vreemd, dat in het moderne denken en in de taal die mij omringt door media, de politiek, de culturele sector, het onderwijs en die van de meeste van mijn vrienden de verbinding met de natuur niet aanwezig is. Hoe dan? Dit inzicht is een grote verschuiving in mijn eigen denken. Ik mag dit gek vinden en me hierover uit gaan spreken. Het is voor mij ook een logische stap. Het legt verbinding met mijn duurzame jeugd waarin mijn ouders buitenbeentjes waren door ons vegetarisch op te voeden. Met mijn zorgen om het klimaat, mijn moederschap en het wensen van een leefbare planeet voor volgende generaties, mijn hang naar een natuurlijker leven en mijn onrust en verontwaardiging over onbegrijpelijke keuzes van bedrijven en overheden in de wereld van nu. Deze ontmoeting op een winderige grauwe dag voelt als een heldere zonnestraal. Het is het begin van een onderzoek naar hoop en verwondering. Naar kijken hoe ik kan leren van mensen, gemeenschappen en natuur die zich niet laten remmen. In me verantwoordelijk voelen en zelf ook te mogen gaan delen.

 

Goeiemorgen!

Augustus 2025. Een paar maanden later ben ik hier weer. Ik mag meehelpen op de wekelijkse vrijwilligersvrijdag. Het is hoogzomer en de mussen vallen van het dak. Ik heb een nachtje op de boerderijcamping van ’t Gagel gestaan. Die hebben ze hier namelijk ook. De ploeg wil vroeg beginnen en eerder stoppen vanwege de hitte. Dus om 8 uur ’s ochtends ga ik op zoek naar Frank. Hij is de groente- en fruitboer die in vaste dienst is van het bedrijf. Hij blijkt zelf al om 6.30 uur te zijn begonnen. Grappig detail, Frank draagt een geluidsboxje aan z’n riem en er klinkt opzwepende drum & bass en even later een rustige ballad om hem heen. De tuin is volledig getransformeerd ten opzichte van mijn eerste bezoek. Paarse palmkool, gele snijbiet, zwarte toverbonen en felgekleurde viooltjes, zonnebloemen, goudsbloemen, vlinderstruiken, dropplanten, kruiden en meer. Kimmerer schrijft in Een vlecht van heilig gras dat ze de zomer in het Potawatomi ‘niibin’ noemen. Wat betekent: de periode van overvloed. En dat klopt ook hier volledig. Vrijwel alles is oogstbaar.

 

Er is een bestellijst en de boerderijwinkel moet worden bevoorraad. Ik mag van Frank twintig courgettebloemen plukken. Een bestelling van een restaurant. Frank heeft maar twee regels. Zoveel mogelijk op de paden blijven en niet alles zelf opeten (schaterlach). Voorzichtig pak ik een bloem vast. Er zit een bij in het midden van de kelk en dat blijkt bij elke bloem het geval. Het is een drukke zoemende beestenboel. De bloem zegt zachtjes ‘knak’. "Er staan er nog genoeg bijtjes." Normaal starten ze de vrijwilligersvrijdag met een briefing van Frank. “Aansluitend is er ochtendgymnastiek”, vertelt vrijwilligster Nicolette. Dan beginnen ze in een kring. Ieder zegt eerst z’n naam en doet een oefening die de groep dan collectief nadoet. “Je laat dan gelijk zien hoe je in je vel zit.” Daarnaast hebben ze halverwege de dag een gezamenlijk lunch. Die zij vaak verzorgd. “Het is natuurlijk culinair goddelijk wat er op het land staat, dus de standaard is hoog.”

 

No dig

Op ’t Gagel hebben ze een ‘no dig’ tuin. Dit betekent dat je eigenlijk niet schoffelt en ploegt. De bedden zijn twee jaar geleden voorbereid door stukken karton neer te leggen en daarover een dikke opgehoogde laag compost te scheppen. Hierin zijn vervolgens de gewassen ingezaaid. Onkruid blijft op deze manier lang weg. Onkruid zijn pioniersplanten. Dus juist als je de bodem omschept denken deze als eerste ‘ik ga groeien’. Hier hebben ze daar dus minder last van. Uiteindelijk rotten het karton en de graspollen ook weg en is de grond steeds meer geschikt geraakt als voedingsbodem. Zonder de bodemkering blijft ook het vocht en de CO2 in de grond. En daarnaast blijft het netwerk aan schimmels intact die de gewassen voeden en de gewassen hen. Een typisch voorbeeld van werken met in plaats van tegen de natuur.

 

Improviseren

Tijdens het rooien van de aardappels kom ik geen karton meer tegen. We graven voorzichtig heen en weer met onze handen om ze te vinden. We proberen zo’n 120 kg uit het bed te halen. Een zware maar gelukkig gezamenlijke klus waarbij we gezellig kletsen. Zo spreek ik Lucien die eens in de zoveel tijd met z’n vouwfietsje, lichtgewicht tent en slaapzak vanuit Utrecht de trein pakt om te helpen. Hij omschrijft het mooi hoe hij dan een soort hele langzame transformatie-ervaring heeft van drukte naar rust. Hij blijkt ook in de cultuursector te werken. Deze plek biedt hem een moment om dat helemaal achter zich te laten en zich te verbinden met de natuur en de mooie missie. Hij vindt de tuin een plek waarbij je continu mag improviseren en mag reageren op het land zoals je het aantreft. Er is steeds weer iets anders op het land aan de hand en daardoor is het steeds weer nieuw.

 

Wederzijdse groei

Deze plek verbindt heel veel verschillende onderdelen die elkaar versterken. De beestjes, bodem, zon en de regen voeden de gewassen, de gewassen vullen de winkel, de klanten bekostigen de nieuwe investeringen, het landschap wordt een camping om te ontspannen, extra handen vinden gezelligheid, kunstenaars voeden de geest, kennis wordt overgedragen, koks verrassen de smaakpapillen en alles wat over is wordt weer eten voor de kippen en eenden. Alles draait hier om wederzijdse groei waarvan iedereen beter wordt. Na afloop van de dag mogen we in de opslag allemaal een groentetasje vullen met de lekkerste tomaten ooit en verse basilicum uit de kas, sjalotjes, knoflook, wat kruimige camel aardappelen en verse augurken.

 

“Vrijgevigheid is zowel moreel als materieel noodzakelijk, vooral onder mensen die in nauwe verbondenheid met het land leven en weten dat overvloed en schaarste elkaar afwisselen”, schrijft Kimmerer. “Als we niets weggeven en alles zelf houden, raken we verstopt van de rijkdom, zwellen we op door onze bezittingen en worden we te zwaar om mee te doen met de dans.”

 

Punt.

 

 

Lenteland. (2024). Anne van Leeuwen. Lenteland. Geraadpleegd op 19 december 2025, van

 

Wall Kimmerer, R. (2022). Een vlecht van heilig gras: Hoe de natuur, wetenschap en traditionele kennis ons leren respectvol met de aarde om te gaan (N. Seegers, Vert.). Altamira.

 

Hawken, P. (2022). Regeneration. De klimaatcrisis opgelost in één generatie (S. Matthews-Marrevee Vert.). Lemniscaat.

 
 
 

Comments


© 2025 Jitske Blom

bottom of page