top of page
Search

Tuinportret #4: De ‘one-man-tuin’

Updated: 18 hours ago


‘ …De tuinder moet er maar op vertrouwen. Hij is onderdeel van een autonoom spelend orkest en bepaalt misschien welk stuk er gespeeld wordt. Tot op zekere hoogte in welk tempo en wie er meedoen. Hij regelt koffie en broodjes, zorgt dat er voldoende stoelen en bladmuziek is voor iedereen. Maar hij is componist noch dirigent...’

Mariken Heitman in de Mierenkaravaan (2022)

 


September 2025. De wereld is op veel plekken zijn ziel en zin verloren. Maar als ik uit mijn raam kijk zie ik een tuin vol bloemen. Oscar mijn buurman onderhoudt deze tuin. Gewoon omdat hij dat wil en omdat het kan.

 

Het begon als een verwaarloost vierkant zonder paden op een historisch hofje in hartje Den Bosch. Totdat een kunstenaar deze locatie zo’n 15 jaar geleden koos voor een buurtproject. Na gesprekken met enkele bewoners werd de tuin gekozen om iets mee te doen. En zo was er ineens een werkbudget en een idee. De kunstenaar had geen verstand van tuinieren. Maar Oscar, één van de bewoner op het hofje, wel. Dus werd hij gevraagd een ontwerp te maken met een beplantingsplan. Het startpunt van de groene oase die de tuin tot op de dag van vandaag vormt.

 

Een ontwerp met visie

Oscar had lange tijd een exclusieve bloemenzaak in de binnenstad. Hij benaderde het ontwerp als een boeket met veel ‘bloemisten-esthetiek’. In textuur, kleur, blad en vorm wilde hij een kloppend en interessant geheel. “Het gaat om de verhoudingen. Tussen lengtevormen, ronde vormen, groengroepen.” Tegelijkertijd zijn er veel variabelen om rekening mee te houden. Zoals de grondsoort, de hoeveelheid vocht en wind, het licht gedurende de dag en natuurlijk de seizoenen. “Maar hoeveel kennis je ook hebt, je kunt nooit voorspellen hoe het loopt. En dan ga je het weer veranderen, veranderen en weer veranderen.”

 

Doen wat bij je past

Toen het kunstproject stopte bood Oscar aan het te blijven onderhouden. Op zijn eigen manier. “Ik ben geen organisator. Ik vind dat niet leuk en zonde van mijn tijd. Als ik het alleen doe weet ik hoe ik het heb bedacht. Iemand die niet weet wat ik heb gedaan kan dat zo tenietdoen. En de overdracht kost veel tijd. Vanwege mijn wisselende werk had ik niet de tijd om dat te doen. Ik doe graag dingen tussendoor. En ik werk ongepland. Ik heb het op een gegeven moment gewoon helemaal naar me toegetrokken. Ik weet waar alles staat en ik weet het ritme van de tuin.” De buurt vond dit blijkbaar helemaal oké. Er volgde in ieder geval geen protest of commentaar. Zijn persoonlijke situatie is gedurende de jaren ook weer veranderd. “Eerst kon ik gebruik maken van faciliteiten op een groenschool waar ik werkte.” Hij kon daar gratis zaden opkweken in de kassen en dan in het hofje uitproberen. “Toen dat werk ophield dacht ik meer in vaste planten, want dat is goedkoper.” Afgelopen jaren zit hij veel in Italië. En daar leert hij veel mediterraanse planten kennen. Hij neemt dan zaden en stekjes mee om in deze tuin uit te proberen. Door de beschutting en het steeds warmere weer is het klimaat steeds meer vergelijkbaar. “Het is een mooi veld om te experimenteren.”


Portret/Illustratie De 'one-man-tuin'


Zelfredzaamheid of bijsturen

In principe moeten de planten zichzelf kunnen bedruipen. Maar niet in het eerste jaar. Dan helpt Oscar met “bijwateren”. Veel planten worden steeds sterker. Zo staat het vol met enorme groepen mediterraanse kruiden, zoals rozemarijn en salie. En de lavendel doet het goed. Daarnaast is Oscar continu bezig met bijsturen. ’s Winters pakt hij bijvoorbeeld kwetsbaardere planten in tegen de kou. En in de zomer bedekt hij de bodem met een mulchlaag; een laag van droog plantenafval om de vaste planten heen. Dan blijft het vocht beter in de bodem. De perenbomen zijn nu een heet hangijzer. Ze zijn als stevige grote bomen geplaatst. Maar van de zes zijn er drie dood. De wortels van deze bomen zaten in een kluit. Daardoor is het ze in hun eerste jaren niet gelukt vocht te vinden. Bij de kleine opgekweekte planten die we vandaag in de grond zetten maken we de wortels dan ook bewust een beetje los, zodat ze makkelijker nieuwe grond kunnen vinden. Ook planten we ze net iets dieper. Dan loopt het regenwater naar het kuiltje toe.

 

De tuin toont ook tegenstrijdige belangen. Bijvoorbeeld die van de plant of van de tuinder. ‘Als je een struik niet zou snoeien, zou de struik dit jaar veel bessen dragen maar in de loop van de tijd snel uitdijen en de struiken ernaast in de schaduw zetten.’ Een passage uit De Mierenkaravaan (2022) van Mariken Heitman over hoe het leven van een tuinder verbonden is met het leven van de tuin. Oscar spreekt ook van terugsnoeien voor een tweede bloei. Hij houdt de plant dan voor de gek door hem voor dat die zaad schiet af te knippen. Zo is de tuin langer een kleurrijk spektakel. Het toont wat voor nietige en tegelijkertijd invloedrijke schakel je als tuinder bent in het geheel. En dat zie ik bij Oscar ook. Zijn esthetische verlangens ontmoeten de belangen van een gewas en vormen zo een samenspel van ingrijpen en meebewegen.

 

Do it youself-mentaliteit

Oscar heeft sinds kort een weerstationnetje in z’n achtertuin. Het lijkt op twee mini-drones op een stokje. Hij kan nu heel duidelijk zien wat het weer doet. Ook op afstand. Na jarenlange ervaring merkte hij dat het weer dat voorspeld was afweek van de realiteit. “In een stedelijk gebied is dat nooit precies.” Nu kan hij het weerbericht en de data naast elkaar leggen en weet hij beter wat de tuin op welk moment nodig heeft en wat hij kan verwachten.

 

Waarde voor de buurt

De tuin is een publiekstrekker voor toeristen en passanten. Ze lopen een rondje over de paden, maken foto’s of nemen stiekem wat zaad mee. “Ik vind het heel fijn als ik hoor dat mensen er blij van worden. Zeker als kenners er iets over zeggen.” Doordat Oscar er dagenlang bezig is heeft hij ook veel aanspraak met de buurtbewoners. Zij hebben van die ‘volksbuurt’-deuren die voor de helft open kunnen. Dan hangen ze uit hun keuken en kletsen wat over recente ontwikkelingen. Het gaat vaak over ‘buurtpolitiek’. Over de coffeeshop verderop, of over bovenburen die fietsen stelen. Hij heeft hier niet altijd zin in. Ook al is Oscar een enorme kletskous, hij heeft het wel graag over de tuin. Als ik Oscar tegenkom maken we altijd een praatje. De tuin heeft geen haast. En Oscar ook niet. Dat zien en aanschouwen geeft me rust. Of biedt relativering. “Relax! En stop eens met voortdurend te rennen en plannen.” Oscar geeft het hofje, los van de bloemen, kleur. En is een vertrouwd personage in een continu veranderend schilderij.

 

Staying with the trouble

“Er zijn zat elementen die storend zijn: slakken, honden, katten, kinderen, mensen met zatte koppen. Daar moet je rekening mee houden dat het gebeurt. Maar ik wil geen bordjes.” Het is zelden dat hij ingrijpt. Alleen als mensen echt planten eruit trekken. Het is echt een publieke ruimte. “Maar ik wil er ook plezier mee hebben en me niet druk maken.” Hij heeft dit wel moeten leren. Zo ook met ongewenste planten. Na een jarenlange strijd met het zevenblad is hij anders gaan denken. Zevenblad maakt onder de grond allemaal vertakkingen. Het maakt hele platen van wortels en is daardoor vaak andere planten de baas. En als je het eruit trekt en een klein stukje laat zitten wordt het toch weer een nieuwe plant. “De grond hieronder is voor de aanleg omgeploegd. Met het gevolg dat al het ruimschoots aanwezige zevenblad diep de grond in is gehakt. Het duurde een paar jaar voordat het ineens overal te voorschijn kwam. Daarnaast verspreid het niet alleen snel onder maar ook boven de grond. “Het is en, en, en, en. Eerst haalde ik het weg. Maar dat bleek geen doen. Ik heb er mee moeten leren leven. Hoe kan ik beplanten met dat spul erbij?” Oscar is er gewassen naast gaan plaatsen die erover heen groeien.  Zoals kattenkruid. Die groeit in het voorjaar sneller er wordt groter. Geraniums werken ook heel goed. “Die moet ik wel in de gaten houden want die gaan ook heel snel.” Als de planten hoger en groter zijn vormen ze een bladerdek over de grond. Het zevenblad krijgt zo geen zon en groeit daardoor niet goed. Dit zorgt voor een betere balans. Maar het zevenblad mag er nu dus ook gewoon zijn.

 

Contaminatie als een vorm van samenwerking

Langzaam zie ik een nieuw verhaal van de ‘one-man-tuin’. Oscar begeleidt de tuin, maar de tuin is een contaminatie van alles en iedereen. Het is één groot samenwerkingsverband. Van ontmoetingen, aandacht, opmerkzaamheid, ingrepen en aanpassingen van mensen en niet-mensen en onder invloed van ritmes, omstandigheden en serendipiteit. In het boek De paddenstoel aan het einde van de wereld (2015) van Anna Lowenhaubt Tsing laat zij licht schijnen op een, zoals zij het omschrijft, ‘precaire wereld’. Deze wereld zie ik ook hier. ‘Precariteit is een staat van kwetsbaarheid tegenover anderen. Onvoorziene ontmoetingen transformeren ons; we hebben geen controle, niet eens over onszelf” schrijft Tsing. “We raken ‘gecontamineerd’ door de ontmoetingen die we hebben; ze veranderen wie we zijn op het moment dat we ruimte maken voor anderen.” En zo kunnen er weer nieuwe gemeenschappelijke werelden en denkrichtingen ontstaan. We veranderen, veranderen en veranderen. Zoals Oscar al zei. Als onderdeel van, en nooit alleen.

 

Lieveheersbeestjes perspectief

Normaal kijk ik naar de tuin. Ben ik passant of toeschouwer. Maar nu zit ik er middenin. Zo laag bij de grond, zie ik allerlei verschillende soorten grassen en gewassen en hoor allerlei geluiden. De wind, de insecten, m’n handen die bewegen in de aarde. De ene grassoort mag eruit, de andere niet. “Als ik iets zie waarvan ik niet weet wat het is laat ik het staan. Anders haal ik de verrassingen weg,” zegt Oscar. “Het kan zijn dat je ook gekke dingen vindt... Van crackpijpjes tot een powerbank. Die vond ik vorige week. Soms ook oude potscherven.” Ik ken de tuin op m’n hofje nu ook van dichtbij. Ben opmerkzamer, loop vaker een rondje, snuffel aan blaadjes en zak door m’n knieën om iets van dichtbij te bekijken. Van doorloop naar er zijn. En dat maakt de tuin nog mooier.   

 

 

Heitman, M. (2022). De mierenkaravaan. Atlas contact.

 

Lowenhaubt Tsing, A. (2015). De paddenstoel aan het einde van de wereld: Leven op de ruïnes van het kapitalisme (J. Van Beek, Vert.). Octavo Publicaties.

 
 
 

Comments


Commenting on this post isn't available anymore. Contact the site owner for more info.

© 2025 Jitske Blom

bottom of page