Tuinportret #5: De tuin van verbinding
- jitskeblom
- 9 hours ago
- 10 min read
‘Als je een dichter bent, dan zie je duidelijk dat er een wolk drijft in dit vel papier. Zonder wolk is er geen regen; zonder regen kunnen de bomen niet groeien; en zonder bomen kunnen we geen papier maken. De wolk is nodig voor het bestaan van het papier. Als de wolk er niet is, kan dit vel papier er ook niet zijn…’
Thich Nhat Hanh (1988)
Juli 2025. “Als je nog een bijzondere tuin weet, laat het me weten!” schreef ik op LinkedIn waar ik kort wat deelde over mijn onderzoek. Uit onverwachte hoek kwamen er reacties. Zo ook van Misha, die ik voor het laatst drie jaar geleden sprak. “Wat leuk Jitske, van harte welkom in de publiekstuin rondom ‘onze zendo’!” Ik ken Misha al bijna 25 jaar. Hij is de neef van mijn ex-vriendje en we brachten rond ons twintigste veel tijd met elkaar door. In de oefenruimte van hun bandje, in de afwaskeet op diverse festivals en we deelden enkele zeilvakanties. Hij studeerde in die tijd filosofie en ik vond hem, ook al scheelden we drie jaar, vaak heel wijs en volwassen. Ook zag ik hoe hij niet helemaal kon landen in het ‘gewone’. Gelukkig maar.
In de jaren die volgden krijg ik mee hoe hij vader werd en trouwde met de liefde van zijn leven Lotte. Het viel samen met transformerende ervaringen op spiritueel vlak. Hij kreeg de kans om een zencentrum over te nemen van zijn geliefde zenleraar Dick en een eigen sangha, oftewel een groep van spirituele vrienden, te begeleiden. Met als meest recente hoogtepunt de ceremonie om opgenomen te worden tot de eeuwenoude lerarenlijn van de boeddha. Ik begrijp uit zijn woorden dat dit echt heel groots is en ook voelt als een huwelijk, maar dan spiritueel. En nu op een mooie zomerdag lopen we rond in de tuin waar hij me voor uitnodigde. Zoveel tijd verstreken, maar het contact stroomt weer als vanouds.
Zorgen voor een plek
Drie jaar geleden startten Misha en Lotte met klussen aan een soort modernistisch paviljoen dat zij mochten betrekken in het prachtige park Heilig Landstichting Orientalis in Nijmegen. Met ziel en zaligheid bouwden zij samen met de sangha-leden, vrienden en familie aan deze esthetische en rustgevende plek. En na drie zomers kan hij zeggen: “Het heeft recht van bestaan.” Dat konden ze van tevoren nog niet goed voorspellen. Als ze een kosten-baten analyse hadden gedaan, was het een kansloze missie. Maar met aandacht, volharding en door heel veel hulp heeft het gewerkt en is er veel vertrouwen in de toekomst. “Een heleboel lijnen sluiten hierop aan. Hiervoor zorgen. Dat is heel tastbaar. En heel geaard.” Ze dragen een grote verantwoordelijkheid. Loslaten is soms lastig. Maar ze zouden niet anders willen. Ze beseffen maar al te goed dat op deze manier samen mogen zorgen voor een plek uniek is en een groot geschenk.

Portret/Illustratie De tuin van verbinding
Draad van verbinding
Misha vindt het grappig hoe steeds iets kleins uitgroeit tot iets groters en vervolgens samenvalt met het geheel. Zo was er een sangha-lid dat thuis aan sashiko deed. Een Japanse borduurtechniek om dingen te versieren of esthetisch te repareren. Op een dag kwam dit naar boven en verzorgde ze hierin een workshop voor wat geïnteresseerden. Er bleek veel enthousiasme en Lotte greep het aan om dit vaker te organiseren en om in het café originele sashiko stof, garen en naaldensetjes te verkopen. En nu komt ze aanlopen met kussens voor de meditatieruimte waarop abstracte schildpadden zullen worden geborduurd. Dus nu werkt de techniek door in het interieur. Het is voor Misha exemplarisch voor hoe het hier werkt. Wat ik mooi vind aan dit voorbeeld is dat een uitingsvorm niet eventjes een keer voorbij komt, maar dat ze de beoefening van sashiko de tijd en ruimte geven. Zo kun het een duurzame plek innemen en een verbinding zijn in de tijd.
Nabootsen van de natuur
In de tuin bevindt zich een vijver. Een voortdurende waterstroom klinkt als een kabbelend beekje in de natuur. Een vlonder erom heen sluit aan op de meditatieruimte. Van twee zenbeoefenaars Maarten en John, die hier in gesprek zijn moet ik vooral ook even over de drempel komen en kijken naar de beeltenis van Avalokiteshvara, de godin van compassie, liefde en mededogen. John vertelt dat als hij hier een ritueel uitvoert hij altijd eerst voor haar blijft staan totdat ze echt naar hem kijkt. Dat zit in hem, “en ook niet”. “Ik ben groter dan ik zelf denk. Zij kijkt voortdurend de hele schepping aan. Ik hoef er maar even te staan zodat ze mij dit even laat voelen.”
De tuin is een echte zentuin omdat het een landschap nabootst in het klein. Met hoogte verschillen, beweging en rotspartijen. Je kunt alles gebruiken wat voor handen is en wat je kunt hergebruiken. Met wat je vindt in de natuur maak je een esthetische enscenering die je kan raken. Je interacteert met je omgeving die ook jou weer vormt. “Het is in die zin een praktijk waarin je in vervagende grenzen terechtkomt.” Figuurlijk, omdat je zelf de tuin vormt en de tuin jou, maar ook letterlijk in het vormgeven van vervagende grenzen tussen licht en donker, hard en zacht en binnen en buiten.
Esthetiek als levenskunst
Het is zo mooi hier. De esthetiek is een vorm van levenskunst of spirituele beoefening. Dingen mooi maken heeft een spirituele transformerende werking. De ruimte wordt letterlijk mooier, “maar ook binnenin mensen lossen dingen op en voelen zij zich beter”. “Het leven zorgt voor ons als je het met elkaar leeft” deelt Misha hierover. “Als je met aandacht met elkaar bent en samen dingen mooier maakt, gebeurt er heel veel vanzelf.”
Eenheid in programma en visie
Het jaarcurriculum van het zencentrum is gebaseerd op de jaargetijden en veranderingen in de natuur en hier worden boeddhistische thema’s aan gekoppeld. Er ligt dan ook een mooie kaart op tafel: Flierefluiten: De natuur heeft als een ontspruitende fontein haar hoogtepunt bereikt. We kunnen er eens op gaan zitten, er ons door laten masseren, en genieten van het uitzicht. Het is een tekst van Dick, maar Lotte heeft de kaart ontworpen. Ze heeft een grafische achtergrond en heeft alles wat je hier ziet min of meer uitgedacht. Zo ook het plan voor de tuin. Gevoed door de boeddhistische traditie, maar ook met veel eigen ideeën en verassende donaties zoals een grote rotssteen en enkele sculpturen, kwam het plan tot stand. En dit plan is met alle hulp in grote lijnen ook zo uitgevoerd. Het gebouw, met donker gebeitste balken en strakke witte muren, de kleurrijke en strakke tuin, alle details zoals menukaarten, kaarsenhouders op de tafel, de opstelling van boeken en de sahikospullen, de leuke koffiebar, het voelt allemaal aan als eenheid. En dat komt omdat er een duidelijke visie achter zit. Het transformeert haar onderweg ook. Zo is ze door hier te zijn ook steeds meer geïnspireerd geraakt door de natuur. De wijsheid van de natuur inbrengen in haar en het leven van anderen is steeds meer een missie. Het gebouwtje aan de overkant willen ze dan ook gaan gebruiken om de verbinding met de natuur centraal te gaan stellen in de vorm van exposities. Zo komen er steeds weer nieuwe plannen en nieuwe verbindingen.
Stil zitten
Een maand later ben ik hier weer. Deze keer doe ik met alles mee. Na aankomst val ik direct een ochtendmeditatie in. Of ik mee wil doen met ‘zazen’. “Uiteraard!”. In een grote rechthoekige ruimte met grote platte kussens langs de muren zoek ik een plekje. De klankschaal klinkt en de wekker loopt. Gelukkig had ik een keer eerder gemediteerd en kon ik de teltechniek toepassen. Tel van 1 tot 10 en begin elke keer als je afgeleid bent opnieuw. Vaak haal ik de 3 niet. Maar dat doet er niet toe. De oefening is wat telt. Aan het einde van de sessie van, blijkt later, 10 minuten worden de bodhisatt-geloften uitgesproken door iedereen. Opnieuw klinkt de klankschaal. En nu krijgen we thee.
Oneindig veel relaties
Aansluitend aan deze meditatie volgt een workshop van Sanne Nijenhuis, met de titel ‘De 250 jaar oude kastanjebomen’. Van het zencentrum en de tuin lopen we in stilte over een breed pad richting een groepje bomen. Om ons heen klinken kettingzagen van een groep hoveniers. Aangekomen bij de bomen staat een bordje ‘Kastanjebomen 250 jaar oud’. Het staat er blijkbaar al jaren. Sanne deelt zijn verwondering voor deze reusachtige kastanjes. Hij maakte hier een tijdje geleden een wandeling en zag door het bordje de bomen. We worden verdeeld in drie groepen. De eerste groep mag de boom beschrijven waaruit die bestaat, de tweede groep mag de relaties van de boom beschrijven (daartoe behoor ik) en de derde groep mag proberen de essentie van de boom te vangen in poëzie. We beginnen met 5 minuten de tijd nemen om de bomen in ons op te nemen. En dan begin ik non-stop te schrijven:
De relaties van de kastanjeboom. Ze zijn oneindig… De spin die een web heeft gesponnen aan één van de takken. De klimop die de stam gretig gebruikt. De takken die precies langs de takken van zijn buurman groeien. De kastanjes, zijn vruchten, over de grond verspreidt en potentieel weer nieuwe bomen kunnen worden. De kleine kastanjeboompjes die dat al is gelukt. De vier grote kastanjes statig naast elkaar. De plaats die zij innemen aan dit pad, in dit park, in Nijmegen, Gelderland, Nederland, de wereld, dit zonnestelsel, het heelal. De wortels diep in de grond die relaties aangaan met de schimmels, beestjes en het water in de aarde. De relaties met de ontelbare mensen die al zorg hebben gedragen voor het behoud van deze bomen. De mensen die het bord hebben geplaatst. De passanten. En nu wij, ik en alles wat ik met me meedraag. M’n verleden, heden en toekomst.
Weten en niet-weten
Naderhand komen we samen om te delen en om te bespreken wat deze ervaring met ons doet. De meest heldere observaties, gedichten en visualisaties komen voorbij. Er wordt kennis gedeeld over de groei van de wortels. Hoe diep de boom gaat en wanneer die eigenlijk ophoudt. Mensen gingen tekenen: “Ik doe de boom anders tekort”. Iemand maakt de vergelijking met ouder worden als mens, over ‘groeien, rimpels en littekens’. Sanne vat de workshop samen: “Er zijn andere manieren om ‘weten’ te vangen. Niet alleen in wetenschappelijke taal, maar ook in beeld. En als je een besef hebt van de relaties van dingen kun je vanuit hier keuzes maken. Het heeft invloed op ons handelen. Daarnaast is het mooi om met poëzie te proberen om aan te raken wat niet vast te pakken is.” Hij geeft ons mee om nog eens stil te staan bij deze ervaring. “Waar werd je het meest door aangesproken en wat neem je mee?” We lopen langzaam terug naar de tuin. Waar de lunch op ons staat te wachten. Maar ik denk nog na over deze vraag. Wat was het mooi om de natuur op deze manier met zoveel aandacht te ervaren. En wat zou het mooi zijn als meer mensen de kans en ruimte zouden voelen dit zo nu en dan te kunnen en mogen doen. Wat zou dit de aarde brengen? Ik verwacht heel veel goeds.
Werkmeditatie
Een samu is onderdeel van een kloosterritme en ging over gezamenlijk klussen zoals schoonmaken, koken en tuinieren. Met de start van deze plek ontstonden er als vanzelf werkgroepen. En nu is dat samen met de samu een geworteld onderdeel van deze plek. Elke woensdagmiddag komen sangha-leden, maar ook mensen die graag in de tuin werken samen. Startend met een kop soep en aansluitend een stiltemeditatie, wordt er vervolgens zorg gedragen voor de tuin. Ik mag de uitgebloeide en dorre takjes tussen het sedum wegknippen. “Zo krijgt het sedum eronder weer meer licht en kan het beter worden bemest”, vertelt Lotte. Een meer zenachtige handeling kan ik niet bedenken. Tijdens het knippen raak ik in gesprek met Harry en Elly. Elly is er inmiddels twee jaar en heeft de tuin zien ontstaan. De woensdag is haar dag. Het geeft haar een boost voor de hele week. Het ‘zitten’ (oftewel het mediteren) heeft ze nodig als ondersteuning. Ze is van zichzelf erg druk en dit helpt om ook buiten de meditaties om meer zen te zijn. Over de samu zegt ze: “Samen iets opbouwen is geweldig, je ziet het ontstaan. In verbinding met elkaar iets moois bouwen en dit zien. Dat is prachtig.” Ze vertelt over een boek van Dick met de titel: Van kijken naar zien. Dat is wat de tuin met haar doet.
Harry vertelt dat hij in de zomer deelnam aan een sesshin, een stilte retraite van 4 dagen. Het gaf vanaf het begin af aan een helderheid die hij broodnodig heeft. “In de stilte word je hecht. Je gaat namelijk andere wegen vinden om te communiceren.” Elly vindt het soms jammer dat er niet mag worden gepraat. “Mensen kunnen zoveel van elkaar leren.” Tegelijkertijd is er ook veel minder ruis. En dat is ook fijn, beaamt ze. Harry vertelt dat we eigenlijk tijdens de samu alleen noodzakelijk mogen praten. Oeps.. Dat had ik helemaal niet door. We lachen erom. Want wat is noodzakelijk praten? We praten rustig verder. Voor ons heeft het nu blijkbaar nut.
De participant
In een documentaire van de NTR over ecologiefilosoof Matthijs Schouten was ik geboeid door zijn betoog over verschillende grondhoudingen om je te verhouden tot de natuur (de heerser, de rentmeester, de partner en de participant). Bij laatstgenoemde grondhouding, die van ‘de participant’, haalt Schouten het prachtige verhaal van zenboeddhist Thich Nhat Hanh aan, genaamd ‘Er drijft een wolk in het papier’, waarmee ik dit portret begon. Het toont een houding van onderdeel zijn van. In dit perspectief, schrijft Schouten in een artikel dat ik later tegenkom:
“ Het betekent dat alles wat we doen invloed heeft op onze omgeving, want niets en niemand staat op zichzelf. Al ons handelen, hoe onbeduidend dat ook mag lijken in onze eigen ogen, heeft een echo in de ons omringende wereld, een echo waarvan wij zelf de reikwijdte niet kunnen overzien. Daarmee zijn al onze handelingen, alle keuzes die we maken, van wezenlijke betekenis voor de toekomst van mens én natuur. Daarmee doet ieder van ons ertoe. Dat is tegelijk bemoedigend en hoopgevend.”
Het vat mijn ervaring van deze tuin samen. Van het samen bouwen aan schoonheid, de aandacht voor de natuur en iets doen wat ertoe doet. En dat dat heel klein en tegelijkertijd onmetelijke groot kan voelen.
NTR (2013). NTRacademie: Matthijs Schouten: Terug naar de natuur. NTR. Geraadpleegd op 28 januari 2026, van https://npo.nl/start/afspelen/matthijsschouten-terug-naar-de-natuur.
Schouten, M. (2013). Van wie is de natuur nou eigenlijk? Sigma: tijdschrift voor excellent ondernemen, 59(6), 6-10.
Nhat Hanh, T. (1988). The heart of understanding; commentaries on the Prajnaparamita Heart Sutra. Parallax Press Berkeley.



Comments