top of page
Search

Tuinportret #3: De ongebruikelijke tuin

Updated: 3 days ago


“Als de ambachtsman de stukken van de vaas goed heeft bekeken, besluit hij van de vazen een bord te maken in plaats van een vaas door ze in te bedden in een alkalisch kalkbindmiddel waardoor de scherpe randen worden afgerond en op het ‘nieuwe oude’ object fruit of vlees kan worden gelegd.”

Richard Sennett

 

Mei 2025. 20 jaar geleden liep ik precies dezelfde betonnen trappen. Op de zwevende tussenetages rookte ik sigaretjes met collega's. Het architectenbureau waar ik toen werkte, genaamd ZUS, zat op de derde etage. Ik ben in het Schieblock in Rotterdam. Hartje centrum, vlakbij de bekende rotonde van het Hofplein. Het gebouw zou eigenlijk worden gesloopt en plaats hebben moeten maken voor nieuwbouw. Maar de vastgoedcrisis verhinderde deze plannen. En dat vinden heel veel mensen en inmiddels ook diertjes niet erg, want het zit hier vol met creatieve ondernemingen, horeca en een grote oogstbare tuin op het dak.

 

Hijgend kom ik aan op de zesde verdieping. Met een smalle, laatste trap bereik ik het dak. Van het harde marmer en beton stap ik ineens in het groen. De wind en het zonnetje op m’n gezicht. Een stralend blauwe lucht. Het is een hele fysieke ervaring. De hele akoestiek is anders. Vrijwilligers Sjan en Henk hebben een heerlijke griesmeel-kwarttaart gebakken met blauwe bessen, frambozen en eetbare bloemen van het dak. Ik word met nieuwsgierigheid ontvangen en krijg gelijk koffie en een stuk taart. Wat een gezellig begin van de dag.

 

Portret/illustratie Dakakker


Socialiteit

Ook ik ben nieuwsgierig naar wie hier werkt en wat hier gebeurt en hoor van alles terwijl ik koffiedrink en meehelp. Zo ontmoet ik Kees, die werkt bij de gemeente, maar vroeger de landbouwschool deed. Hij fietst al ruim 10 jaar vanuit Delft om hier te kunnen vrijwilligen. En ook Sjan en Henk fietsen vanuit het aangrenzende Schiedam elke woensdag naar deze tuin op hoogte. Naast hun eigen tuin en volkstuin hebben ze ook nog enthousiasme om hier al ruim 12 jaar te helpen. Marc startte twee jaar geleden om te revalideren van een burn-out en die is zo goed als over. Hij gaat dan ook bijna stoppen omdat hij weer kan werken. Ontwerper Alicia wilde graag meer leren over het vergroenen van steden. Een jaar later is ze er nog steeds omdat het zo fijn is en ze nog steeds veel leert. En Edwin, een zoon van een tuindersfamilie, draait ook alweer 10 jaar mee. Blijkbaar is het een echte happy place. Het ritme van elke vrijdag helpen bevalt iedereen goed. Edwin vindt het fijn om naast z’n drukke baan als leraar uit z’n hoofd te komen. De tuin maakt hem “zen”. En daarnaast is het voor hem fijn dat hij niet te veel verantwoordelijkheid hoeft te dragen en het niet voelt als een verplichting. Als het een tijdje niet lukt om te komen zijn er genoeg mensen om het op te vangen. Deze hele verschillende mensen zijn verbonden door en het praten over de tuin. Ongeforceerd en met veel goede zin. Socioloog Richard Sennett noemt dit verschijnsel in zijn boek Stadsleven uit 2018 ‘socialiteit’. “Een benaming voor een beperkte verbroedering tijdens het gezamenlijk uitvoeren van een taak of bezigheid die buiten je directe persoonlijke leefwereld ligt.” Deze ontstaat als je iets doet wat je niet alleen kunt. Het is essentieel voor een open stad waarin mensen de stad mee vormen en betekenis geven. Die behoefte is blijkbaar groot. Er is bij deze tuin dan ook een lange vrijwilligerswachtlijst.

 

Belagers uit vreemde hoek

Henk gooit wat slakken over de rand. “Ze worden meestal afgevoerd hoor.” Het is ook op deze hoogte een plaag. Ze klimmen soms het dak op. Maar meestal komen ze via de vogels en via de aarde van de ergens anders opgekweekte planten. Ze proberen nu gemengd in te zaaien en de planten nog groter op te kweken. Een jaar geleden hadden ze 50 opgekweekte courgetteplanten geplaatst, vertelt Henk. Een week later waren er nog twee plantjes over. “Nou dan kun je wel janken.” Slakken houden namelijk van een hele rij hetzelfde vertelt Sjan. Maar het zijn er nog steeds veel. “We hebben soms van een ochtend wel twee emmers vol.” Deze nemen ze dan naar het buitengebied mee om ze leeg te kieperen. Het is  gelukkig geen ramp als iets mislukt. Ze verbouwen hier niet voor de verkoop. Wat lukt dat lukt.

 

Het plan van de dag

De ‘chef (of “sjaak” grapt Henk) van de dag’ neemt de leiding en deelt de acties van vandaag. Marc is deze keer aan de beurt en hij leest vanuit een schriftje voor wat er vorige week is genoteerd. Hij komt uit het VK en wordt regelmatig even geholpen. Overigens niet alleen om te helpen met woorden. Steeds weet weer iemand anders wat er precies met de het klusje wordt bedoeld. Als eerste staat er: gras weghalen bij de bijen. “Oke, samen en maximaal een kwartier”, zegt Sjan. Het is blijkbaar geen favoriet klusje. De bijen kunnen agressief zijn en daarom blijven de meesten liever uit de buurt. Maar met iedereen samen even knallen is een goede oplossing. Verder staat bloemen zaaien op de kalere plekken, onkruid wieden, stamslaboon inzaaien, de opgekweekte snijbiet en citroenmelisse plaatsen en slakken weghalen op het programma. Aan de slag!

 

Steun aan elkaar

Ik mag samen met Kees de bonen inzaaien. Hij legt me uit hoe het moet. We maken eerst een ondiepe lange sleuf. Met een voet afstand stop ik steeds drie bonen samen in de grond. Met drie heb je meer kans van slagen. En “dan hebben ze steun aan elkaar.” Dan mag er weer wat aarde bovenop. Met stokjes aan het begin en einde van elke sleuf kun je ook naderhand herkennen waar er is ingezaaid. Het was fijn om met deze simpele en praktische taak aan de slag te mogen. Het graven, bukken, en aandacht geven aan deze paar vierkante meter geeft voldoening. Nu afwachten of het aanslaat.

 

Geen woorden maar daden

Dakboer Wouter startte de tuin 13 jaar geleden vanuit het Milieucentrum Rotterdam, waar hij inmiddels directeur is, samen met het eerder genoemde architectenbureau ZUS. Het dak was zwart en kaal. ZUS staat bekend om ongevraagd advies over de stedelijke omgeving en initieert plannen om ongebruikt en privaat terrein terug te brengen in de publiekssfeer zodat de stad levendiger en leefbaarder wordt. Mede door een grote subsidie vanuit een stadsproject dat ZUS had gewonnen en de naderende architectuurbiënnale in Rotterdam kwam het plan in een stroomversnelling. Binnen een paar weken werd van het dak een tuin gemaakt. Er werd uitgerekend wat het dak kon dragen en daarmee werden de paden en plots bepaald. Daar waar pilaren of de buitenmuren staan kan het dak 1000 kg dragen, maar op de paden maximaal 180 kg. Een hele uitdaging dus. Met polystyrene bakken aan de zijden van het gebouw en een lichte bodemmix moest het lukken. Het bleek nog niet gelijk een succes. Veel planten redden het niet, er was geen waterpunt en het zag er nog niet heel aantrekkelijk uit. Met veel vallen en opstaan zijn ze doorgegaan. "Rotterdamse mentaliteit" lacht Wouter, "gewoon de mouwen opstropen en doen". Inmiddels hebben ze en geschikte bodemmix van lichte lavaslaksteentjes, mineralen, grond en compost gevonden. Scharrelende kippen zorgen voor natuurlijke bemesting en door een wissellandbouwsysteem van 6 jaar blijft de grond voedzaam. De tuin staat er nu dan ook supergezond bij.

 

Het dak delen

Vanuit het Milieucentrum zijn er ook educatieve programma’s voor kinderen bedacht. Schoolklassen komen graag langs. Een van de opdrachten is wortels zoeken. “Kinderen weten gewoon niet dat dat in de grond groeit”, vertelt Sjan. Zij heeft meerdere jaren de kinderen rondgeleid. Het dak is ook een trekpleister voor toeristen. En een voorbeeld voor veel duurzame ondernemers en gemeenten zowel nationaal als internationaal. Zij komen met gezelschappen langs om ook in hun stad zoiets op te zetten.  Terwijl er zoveel ongebruikte dakruimte in verdichte steden is, wordt het eigenlijk maar zelden gedaan. Je vraagt je af waarom, want er is juist zoveel behoefte aan groen. Wouter maakt inmiddels plannen om de DakAkker met bruggen te verbinden met de daken van de gebouwen in de omgeving en deze ook te vergroenen. Zo ontstaat er een groen daklandschap. De gemeente en ondernemingen zijn enthousiast over het plan. Ze denken dan aan een soort lidmaatschap van de gebruikers en bedrijven uit deze gebouwen en zo het project te bekostigen. Deze schaalvergroting kan bijdragen aan meer complexiteit en variatie en voor nieuwe ontmoetingen en verbindingen zorgen. Iets dat juist in de stad zo belangrijk is. De stad kan zich op verschillende manieren herstellen, schrijft Sennett. Architecten en stadsplanners kunnen dingen in ere herstellen zoals het oorspronkelijk was (restauratie), ze kunnen het oude zichtbaar verbeteren met betere snufjes maar nog steeds met dezelfde functie (remediatie), of en dat lees ik hierboven, ze kunnen het feit dat iets ‘kapot’ is aangrijpen om het object van vorm en functie te veranderen (herconfiguratie). Hierbij ontstaat "een nieuwe vorm en nieuw werk voor een nieuwe tijd".

 

Nooit af

De DakAkker is geen bottum up initiatief van bewoners maar een project van architecten en een milieuorganisatie waar een community voor werd gezocht om dit te onderhouden. De vrijwilligers kregen vervolgens steeds meer eigenaarschap en doen het nu grotendeels zelf. De plek is voor de vrijwilligers een plek van gemeenschappelijkheid, van samenkomen en van samen verantwoordelijkheid dragen. Maar het is niet openbaar voor de gewone Rotterdammer, tenzij die gaat lunchen bij een landelijke lunchketen die het huisje op het dak exploiteert. Zo zie je maar. De stad is nooit af en het zal steeds weer op nieuwe plekken schuren. Maar ik weet wel dat dit “oog van stilte in de storm van de stad”, zoals Wouter de tuin omschrijft, voor velen, mensen en niet-mensen van heel veel waarde is.

 

Sennett, R. (2018). Stadsleven. Een visie op een metropool van de toekomst. Meulenhoff.    

 

 

 

 

 

 
 
 

Comments


Commenting on this post isn't available anymore. Contact the site owner for more info.

© 2025 Jitske Blom

bottom of page