Tuinportret #6: De buurthuistuin
- jitskeblom
- 14 hours ago
- 9 min read
'The task is to make kin in lines of inventive connection as a practice of learning to live and die well with eachother in a thick present.'
Donna Haraway (2016)
Den Bosch, maart 2026. Op oost ligt een tuin. Een tuin voor iedereen. Elke dag open en elke dag gastvrij. Van een onrustig parkeerterrein loop je door een artistiek gesmeed hekwerk het terrein op. Omgeven door zelfgemaakte slingers, dromenvangers en bordjes met teksten als ‘Welkom!’, ‘Fijn dat je er bent’ en ‘Thuis west, oost best’ verlaat je de stenen wereld. Na een haakse hoek vormt het pad een groene tunnel, steeds dieper de wildernis in. En dan wordt het weer lichter en de begroeiing opener. Er ontvouwt zich een wijds terrein waar van alles gebeurt. Overal is iets te zien en word je geprikkeld met humor, creativiteit en groene en sociale activiteit.
De Graafse Akker is eigenlijk ‘alles wat er gebeurt na de poort’. Het bestaat uit een buurtschuur, kookkeet, overdekte koffietafel, grote moestuin, een kas, een wilgenhut, geitenwei, loslopende kippen en eenden, verroeste kunstkathedralen, kindertuintjes, een blote voetenpad, boomhutten, een zeilboot, kampvuurplek en daaromheen veel ruimte met gras en wilde begroeiing. En dan is er ook nog de programmering. Van seizoensfeesten, groene festivals, de jaarlijkse kampeer-vakantieweek, de wekelijkse duurzame buurtmarkt, het werken in de tuin tot aan de buurtbouwers, die vanuit de tuin de wijk helpen met huis- en tuinklussen. De Graafse Akker is een levendige en groene gemeenschapsplek en biedt daarmee weerstand tegen de vergaande commercialisering en privatisering van tijd, ruimte en middelen. En dat wordt door vele menselijke en niet-menselijke stadsgenoten gewaardeerd.

Portret/Illustratie De buurthuistuin
Start van het seizoen
Het is het moment van de voorbereidingen. Van het ontwaken en van nieuwe energie. Sophie, die 13 jaar geleden samen met Albert de plek heeft opgericht, heeft mijn bezoek in de appgroep aangekondigd. De dag begint met koffie, die Henk altijd voordat iedereen binnendruppelt zet. Het voelt als een betrokken gemeenschap en iedereen die binnendruppelt wordt enthousiast begroet. De groep van uiteindelijk zo’n tien man, is klaar om aan de slag te gaan. De donkere wolken trekken vooralsnog over. Als we opstaan weet de helft al wat die gaat doen. De overgebleven mensen, waaronder ik, zijn klaar voor instructies. En die komen eraan.
Teeltplan en Teelmakkers
Fenne is de nieuwe tuinder van de akker en komt twee dagen per week haar uitgewerkte teeltplan van de tuin samen met vrijwilligers tot uitvoering brengen. Voorgaande jaren werd die rol behoorlijk gemist vertelt Sophie. Er was wel veel aandacht voor de mensen, maar daardoor iets minder voor een doordacht plan voor de tuin. “Mensen doen best veel moeite en als ze er dan geen resultaat uit halen haken ze af.” In de winter hebben ze een oproep gedaan voor ‘teeltmakkers’. Zij worden door Fenne begeleidt, leren over biologische teelt, seizoensplanning en duurzaam boeren en helpen minimaal één dag per week met het volgen van het plan. De grond is afgelopen weken graspolvrij gemaakt en daarna hebben de teeltmakkers een rechthoekige mal gemaakt ter grootte van een zaaibed van 6 bij 1,5 meter. De mal wordt in z’n geheel gevuld met een 10 cm dikke laag van vruchtbare compost. Als je de mal weghaalt ontstaat er een opgehoogd, strak rechthoekig vlak. Deze werkwijze wordt repeterend uitgevoerd en zo ontstaan er langgerekte bedden en paden. In het teeltplan zijn de zaaibedden genummerd en is uitgewerkt wat voor gewas er per periode in komt te staan, wat moet worden voorgezaaid of wat er direct ik kan. Het is de eerste keer dat ze met opgehoogde bedden werken. Ze zijn dus samen aan het pionieren en ontdekken. En dat is precies waar deze plek over gaat.
Openlucht buurthuis
Albert was al sinds zijn studie culturele en maatschappelijk vorming geïnteresseerd om een buurthuis zonder muren te creëren. “Een buurthuis is altijd een gebouw, maar de eerste sociale interactie is niet in een gebouw maar op straat. De buitenruimte is de ruimte waar je elkaar kan ontmoeten en met elkaar in gesprek kunt gaan. En dat is veel fijner dan in een stenen ruimte. Hier heb je een hectare grond waar je bewegingsruimte hebt en ik ook even weg kan.” Hij is tegelijkertijd druk bezig met het scheppen van compost in een kruiwagen om de teeltbedden te maken. “Als je iets doet en in beweging bent, kun je beter denken en je beter uitdrukken. Dat heb ik zelf ook nodig. In mijn optiek heeft iedereen dat nodig.” Ik merk het ook. Dit gesprek zou heel anders zijn als we aan een tafel zouden zitten en elkaar frontaal aan zouden kijken. Ook ik voel me prettiger als ik bezig ben en meer naast iemand sta dan face-to-face moet communiceren.
“Wat ik ook belangrijk vind hier is dat het een plek is die niet af is. Je hebt heel veel plekken in Den Bosch die netjes zijn en mooi. Maar dat heeft minder de menselijke maat. Dat vind ik jammer. Het zorgt ervoor dat mensen niet voelen dat ze er invloed hebben of dat ze ook iets mogen doen.” Deze plek voelt inderdaad als een uitnodiging om mee te doen. Je hebt niet het gevoel dat er ‘bazen’ rondlopen waar je iets aan moet vragen. Je wordt juist welkom geheten met het idee dat er ruimte is voor jou en jouw ideeën. Alberts grootste nachtmerrie is dat deze plek af is. “Dat is niet de bedoeling. Het is fijn als mensen altijd ruimte vinden om iets te proberen.” In die zin is deze plek niet alleen een open luchtbuurthuis, maar ook een openlucht werkplaats. Het blijft wel altijd een zoektocht om je te blijven verhouden tot anderen. Waar jouw plan dat van een ander ontmoet en hoe je mensen hierbij betrekt zodat je het samen kunt dragen. “Dit is niet alleen leerzaam, maar ook praktisch: “je kunt ook gewoon op vakantie bijvoorbeeld.”
Een klimrek voor de bonen bouwen
Overleggen. Samen metalen rekken sjouwen. Opnieuw overleggen. Met de grondboor gaten maken. Palen erin zetten. Touw zoeken. Hekken en palen verbinden. Touw spannen. Check, check, dubbelcheck over de in te zaaien bonen en dan de eerste gewassen inzaaien en afdekken met vliesdoek. Ik bouw het klimrek samen met Annika. Ze komt uit Duitsland en woont sinds een paar maanden bij haar Nederlandse vriend in de buurt. Ze werkte voor haar verhuizing achter de computer en deed onderzoek naar palliatieve zorg voor kinderen. Ondanks dat dit belangrijk werk is, stond ze ver van het effect van haar werk af. Ze voelde het niet. Dat is in dit vrijwilligerswerk totaal anders. “Je ziet het resultaat en voelt het in je lijf.” Ze zocht ook iets sociaals. Ze spreekt goed Nederlands, maar moet daar wel hard voor werken. Deze plek is een goede reden om met mensen te kletsen. We zijn tijdens het werken dan ook continu in gesprek. “Es sieht gut aus,” grap ik. Van een platte bruine akker, zijn de eerste rijen van de tuin na drie uur ineens driedimensionaal en zijn er rijspeul, rijsdoperwt en kapucijners ingezaaid. Het voelt als eer voor ons werk en dat is de blaar op m’n duim wel waard.
Samen eten en vieren
Uit de kookkeet komt een heerlijke geur. Er wordt soep gemaakt van knoflook, ui, winterpostelein en pastinaak. Het begint inmiddels te regenen en toevallig is het precies tijd voor de lunch. De tafel staat gevuld met lekkere humus, brood en het lekkere soepje. We zitten droog onder de twee grote partytenten. Iedereen schuift vanuit een andere hoek uit de tuin aan en eet lekker mee. Na de lunch moet er worden afgewassen. Ik voel me geroepen en begin in de krappe kookkeet samen met de 73-jarige Els aan deze uitdagende klus. Eerst maar eens voorspoelen. Er is alleen koud water dus Els vult alvast de waterkoker om het afwaswater te kunnen maken. Ze loopt er inmiddels een paar jaar rond en weet hoe het werkt. Sinds haar pensioen is ze hier actief. Elke dinsdag werkt ze in de tuin en verder helpt ze met de wekelijkse buurtmarkt. En laatst was er een festival op de akker. Daar hielp ze ook mee mee. Jong en oud konden er terecht voor allerlei groene workshops, een markt en lekker eten en drinken. Ze vindt het heerlijk om buiten te zijn en samen te werken. “Ik heb het nodig om mensen buiten m’n eigen bubbel te ontmoeten.” Dat had ze in haar werk in de zorg ook en vindt ze fijn en verrijkend. Deze plek verbindt ook allerlei generaties. Zo nam ze haar vijftienjarige nichtje laatst mee naar het mid-winterfeest. Ze hebben toen samen soep gemaakt boven een kampvuur. En dat vonden ze heel gezellig.
Verandering teweegbrengen
Sophie neemt de theedoek van Els over. Ze vertelt dat ze het leuk vindt dat de akker een beetje provisorisch is. “Zolang je het een beetje kneuterig houdt moeten er ook steeds oplossingen worden bedacht. En dan haken mensen juist aan. Als alles allemaal strak georganiseerd is hoeven mensen niet meer na te denken.” Het scheelt dat ze zelf totaal niet perfectionistisch is en daardoor ook goed kan loslaten. Een heerlijke eigenschap voor deze plek. Al denkt ze bij bepaalde plannen ook heus wel eens “Oh god, niet weer een bouwproject! Maar ja.. Dan zeg ik ook, succes!” De kookkeet is wel bijna op z’n eind. Het wordt waarschijnlijk het kippenhok.
De tuin is een levenswerk. Ze doet het inmiddels al 13 jaar en krijgt nog steeds veel energie van deze plek. Ze is begonnen als community artist en bouwde samen met mensen uit een buurt of een gemeenschap tijdelijk iets op. Met deze akker is het gelukt deze manier van werken veilig te stellen. Niet steeds een tijdelijk project, maar een vaste waarde creëren met een ongoing proces van mee-maken en mee-doen. Sociaal geograaf Floor Milikowsky schrijft: ‘Maatschappelijk verandering komt zelden van boven. Het begint meestal met veranderende ideeën in de samenleving, met een sluimerend gevoel, dappere individuen en kleine initiatieven die opborrelen totdat er een kantelpunt is bereikt.’
Als ik Sophie vraag of ze trots is geeft ze aan dat ze dat niet altijd even hard kan voelen. Ze vindt het soms best wel moeilijk als ze nog steeds de waarde van deze plek moet uitleggen en bewijzen. Het is een soort “trots met een rauw randje.” Ze vertelt dat ze heel veel moeite hebben gedaan om deze grond aan te kopen en het veilig te stellen voor de buurt en alle betrokkenen. Dat dat is gelukt is fantastisch, maar de uren van de vaste krachten staan nog altijd onder druk. “Geld blijft vaak een gedoetje. Maar dat je elke dag met superveel leuke en grappige mensen aan het bouwen en aanklooien bent, is wel een goede beloning.”
De buurtschuur
Bij Jorg van de buurtschuur kan men dagelijks terecht om gereedschap te gebruiken en gebruik te maken van de expertise van degene die er staat. Er staan ook materialen tegen een kleine donatie. Voor mensen op de akker is het gratis. Het is ook geschikt voor als je iets wil verven, frezen en zelfs lassen kan. Ook doet Jorg reparaties in de tuin. Hij is opgeleid als draaier en frezer en dus behoorlijk handig. “Ik zeg altijd: ik kan alles, behalve dakdekken. Haha” Hij merkt dat er steeds meer aanloop komt en hij leert steeds meer mensen kennen. Als bewoner van deze wijk is dat extra leuk. Hij is nog wel steeds bezig om de werkplaats goed in te richten en er komen ook steeds meer handige machines bij. Het is ook de buurtschuur van de naastgelegen woongroep Boschgaard, die hun woningen deels zelf hebben gebouwd. Een echte win-win.
Maken, spelen en de kindertuin
Elke woensdagmiddag vindt vanaf het vroege voorjaar de kindertuin plaats. Luna, Rifke en Djosey hadden vorig jaar ook ieder een tuintje. Daar stond munt, aardbeien en Oost-Indische kers. Dit jaar willen ze met z’n drieën in één bak. Het regent hard dus zitten we nu nog in de knusse ontmoetingsruimte van de woongroep aan het begin van het terrein. Ze mogen een bordje met hun naam schilderen om straks op een paaltje neer te zetten in hun tuintje. Er wordt met flinke klodders verf gewerkt. “Mama vindt het niet erg als ik vies word. Als je bij de akker wilt moet je wel niet bang zijn om vies te worden hoor”, zegt Luna. De moeder van Luna verzorgt normaal gesproken de kindertuin, maar deze middag is er een stagiair van de opleiding sociaal werk. Daarnaast helpen ouders eigenlijk ook altijd mee. Het is heel ontspannen en het voelt niet alsof ze hier een heel strak plan volgen. Maar de kinderen hebben het overduidelijk naar hun zin. Dan is het droog en breekt de zon door. Tijd om naar buiten te gaan!
De moeder van Rifke is ook enthousiast over de middag. Ze vindt het leuk dat kinderen hier leren dat niet alles vanzelf gaat. Dat je je een keer open haalt aan de bramen, van een tak valt en geduld moet hebben. ‘Risky play’, is hier de norm. Ze nemen aan het begin van de middag altijd eerst een kijkje bij de tuin en kijken wat de tuin nodig heeft. Dan gaan ze het verzorgen. Elke middag heeft ook vaak een creatieve activiteit. Dan volgt limonade en vrij spelen. “Heel eerlijk is de primaire reden voor mijn dochter om hier te komen het samen spelen en de trampoline.” Het leren en verantwoordelijkheid dragen over de tuin is bijvangst. Daarnaast zijn de verschillen tussen de kinderen leerzaam. Waar haar dochter iets meer timide is, is haar vriendin Luna juist heel vrij en ondernemend. “Die wisselwerking is goed.” Ze vindt het fijn dat ze kan komen wanneer dat uitkomt en dat het niet voelt als een verplichting. Het is ook echt anders dan school. “Een beetje artistiek ook.”
Rifke vraagt of ze op haar blote voeten mag en dat is oke. “Het schoon blijven is voor mij ook een les in loslaten.” Ze is zelf erg precies en een beetje perfectionistisch. Het ongeorganiseerde en vrije van deze plek voelt als een warme uitnodiging. Vast niet voor iedereen weggelegd, maar voor hen is het fijn. De meiden zijn de hele middag onafscheidelijk.
Vriendschap, vertrouwen en een groene, speelse ruimte. Dat is deze tuin, voor jong tot oud.
Haraway, D. (2016). Staying with the trouble. Duke University Press.
Milikowski, F. (2025). Contouren van een nieuw land. Atlas Contact.



Comments