Tuinportret #2: De experimenteertuin
- jitskeblom
- 7 days ago
- 7 min read
“Sans échec, pas de morale.” (Zonder mislukking geen moraal)
Simone de Beauvoir
Mei 2025, Nijmegen. Ov-fiets pakken op centraal station, de Waal over, een lange trap af en dan nog een klein stukje over een winderige dijk. Binnen 10 minuten ben je van hartje Nijmegen in de polder. Daar ligt aan de voet van de dijk een stukje wereld dat zich niet met veel andere plekken laat vergelijken. Vanaf het eerste moment dat ik er kwam, was ik verliefd.
Er staat een grote keet van twee verdiepingen en aangebouwde serre. Het is grijs geschilderd, met woorden erop over wat je hier blijkbaar kunt vinden: café, koffie to go, keramiek, winkel, werkplaats… Een stukje daarvoor staat een kleine keet met de tekst: TERRA_TORY. Experiment met Nijmeegse rivierklei. Er omheen is het groen. Er zijn wel verschillende zones. Zo is er achterin langs de randen plek voor groente, fruitstruiken, de composthoop en twee kleine b&b accommodaties. Rondom de grote keet staat een buitenkeuken, een regenton en een terras met zitjes en picknicktafels. En aan het begin 43x2 opgehoogde plantenbakken, verdeeld over drie rechte lijnen. De tuin wordt omringd met rustieke houten paaltjes, wilde struiken en een strakke leibomenhaag. Een magnolia in het midden spreidt haar takken gemoedelijk over alles uit.

Portret/Illustratie Botanische Proeftuin FABRIKAAT
Experimenteren, onderzoeken en uitproberen
Deze plek, genaamd FABRIKAAT, experimenteert onder leiding van initiatiefnemer Katrien al ruim een decennium met hoe het Nijmeegse landschap rondom de Waal zich ontwikkelt en hoe dit creatieve makers kan inspireren. Op meerdere plekken streek zij neer om uiteindelijk hier te mogen landen. Er wordt keramiek gemaakt met de klei uit de rivier en er worden glazuren ontwikkelt van gevonden schelpen, beenderen en planten uit de omgeving. FABRIKAAT kenmerkt zich door de focus op het proces, het onderzoek en kleinschalige productie. Sinds 1,5 jaar worden er eigenhandig inheemse gewassen gekweekt in een botanische proeftuin. In het najaar worden deze planten geoogst, gedroogd en vermalen tot poeder en kan er in de winterperiode met deze grondstoffen worden geëxperimenteerd. Heel graag wilde ik deze tuin leren kennen.
Dus daar ben ik, 9.23 uur op een zonnige lenteochtend. De vogels fluiten luid. Ik ontmoet Jaklien, een rustige, blonde vrouw van een jaar of 60. Ze weet van mijn komst. Jaklien is een beetje de hoofdvrijwilliger van de tuin en is er vanaf het begin bij. Ze woont sinds een paar jaar in Nijmegen Lent en de tuin is voor haar om de hoek. Ze is minder gaan werken en vond het fijn om betrokken te zijn bij haar omgeving. En ze houdt van tuinieren. Toen ze de oproep voor vrijwilligers zag dacht ze, hier wil ik me wel voor inzetten.
Ze vertelt over de voortgang van de proeftuin. Vorig jaar stonden er nog veel bakken leeg. Maar dit jaar hebben ze veel nieuwe planten opgekweekt in de serre, die beetje bij beetje worden overgeplant in de bakken buiten. Er staan ook veel meerjarige gewassen. Ze heeft het een tijdje alleen gedaan maar dat was wel pittig. Nu zijn er een stuk of vier vaste vrijwilligers die haar helpen. Ze vindt het leuk om van anderen te leren over de gewassen. Dus beetje bij beetje groeit de tuin, maar ook de kennis over de tuin en de gemeenschap.
Meerjarenzaaiplan
Voor de aanleg is er een plan gemaakt door een expert op het gebied van biologisch-dynamisch tuinieren. Het is een meerjarenplan en toont de werkwijze en ambities. In de praktijk gaat het zoals het gaat. Het plan is leidend maar het tempo en of iets lukt is afhankelijk van allerlei factoren. Nu ze met meer vrijwilligers zijn is er letterlijk meer tijd en aandacht voor de tuin. En kunnen ze meer gewassen opkweken en weer uitzetten. Door slakken, woelmuizen, mollen en vogels zijn bepaalde gewassen opgegeten en dus ‘mislukt’. Maar door kennis van bepaalde vrijwilligers worden er ook weer nieuwe gewassen ingebracht en uitgeprobeerd. Oude zaden hebben ze in de borders uitgestrooid. ‘Wie weet worden we verrast’ lacht Jaklien. Zo laten ze bewust of noodgedwongen het plan dus soms ook weer een beetje varen.
Eigen initiatief
Jaklien heeft zelf ook ideeën ingebracht. Zo heeft ze een prieeltje gemaakt van wilgentenen die iemand graag wilde doneren. De afgeknipte takken hebben een tijdje in een emmer met water gestaan en wortels gekregen. Daarna konden ze rechtstreeks in de grond worden gestoken en wortelschieten. “Wilgentenen zijn net onkruid.” En dus heel geschikt voor snelgroeiende wilgenkunst.
Logboek, overleg en kennis uitwisselen
Vrijwilliger Marien heeft een achtergrond in de biologische landbouw. Hij brengt veel kennis mee. Er staan veel niet doorsnee planten in de tuin en hij schudt de namen moeiteloos uit z’n mouw. “Ken je dit? Het is incarnaatklaver. Echt een vet mooie soort”. De gele kamille, de spirea en de goudsbloem zijn ingezaaid. Of niet, of wel? Het logboek biedt even geen antwoord, want vorige week moest iedereen snel weg. Uiteraard wel handig zo’n logboek. Een mooi middel om als groep te corresponderen en om het een week later weer op te kunnen pakken. Jaklien en Marien bespreken per bak wat ze zien? Wat gaat er goed, waar loopt het anders. Alle planten in de proeftuin hebben in ieder geval veel water nodig. En vooral: “alles wat net gezaaid is moet vochtig blijven”. De incarnaatklaver zit in de vierde bak. Wat ze een paar weken geleden op zagen komen is nu helemaal aangegeten. “Is dat slak of is dat muis?” Marien weet nog niet of de klaver zonder groeikop nog opnieuw kan bloeien. “We wachten het af.”
Woekeraars
Ik ga het onkruid doen. Ik kijk op het schema welke plant er in de bak waar ik ga wieden hoort te zitten. Uiteindelijk richt ik me maar vooral op de grassprietjes. Dan zit ik wel goed. Ook verplaats ik de kaardenbollen. Kaardenbollen worden groot en verspreiden zich snel. Deze eigenwijze woekeraar zit dan ook flink verspreid in meerdere van z’n buurbakken. Ik steek ze uit en plaats ze met z’n allen in de bak waar ze waren bedacht. Het ziet er gezellig vol uit.
Grasmaaien
“De wilde tuin is mooi als de structuur strak is.” Aldus Jaklien. Het is dan ook tijd om het gras te maaien. Ze knipt het gras vlakbij de bakken met de hand. De rest gaat met de elektrische grasmaaier waar Marien zich over ontfermt. Naderhand ziet alles er inderdaad een stuk helderder uit. De planten in de bakken komen beter tot hun recht en ook de andere elementen zoals de picknicktafels ogen weer uitnodigend. Dan is het tijd voor koffie! Hele lekkere, uit zelfgemaakte kopjes.
Zaadjes planten
Op mijn tweede meehelpdag mag ik samen met twee andere vrijwilligers zaadjes planten in kweekpotjes. We vormden een mooi treintje. Yin deed de potjes vol met aarde, ik deed de zaden in het potje en bedekte het met aarde (ongeveer zoveel aarde erop als dat het zaadje groot is) en Karien schreef de namen op de potjes. We zaaiden: boerenwormkruid, zwarte toorts, afrikaantjes (aaltjes killer), moerasspirea, hennep, hop, ereprijs en kardoen (familie van de artisjok).
Vrijwillig maar niet vrijblijvend
Deze ochtend komt er ook een nieuwe geïnteresseerde om vrijwilliger te worden. Een jonge filosofiestudent die op haar flat in de buurt het groen mist en graag wat met haar handen wil doen naast haar denkstudie. In de kennismaking en uitleg wordt haar uitgelegd dat het vrijwilligerswerk wel vraagt om commitment. Dus dat je er in principe elke woensdag kunt zijn. Jaklien vertelt me later dat dat misschien ook wel mensen af kan schrikken. Liever heeft ze een vrijwilliger erbij die een keer niet komt dan helemaal geen vrijwilliger. Maar Mayke schrikt gelukkig niet. Vanaf volgende week is ze er graag voor vast bij.
Loslaten en verzachten
Tijdens het meedraaien heb ik veel mooie gesprekken. Zo vertelt Marien over zijn zoektocht naar meer verbinding met zichzelf en hoe de tuin hem zachter heeft gemaakt. “Wat ik vooral geleerd heb van tuinieren is loslaten”, vertelt hij. “Heel onze samenleving is rationeel gebouwd. En Nederland is eigenlijk het land in de wereld waarbij we het meest alles managen. Omdat we zo plat zijn. Elke vierkante meter heeft een bestemmingsplan. Elke plaag, elke ziekte wil je weghebben. En zo leefde ik zelf ook. Een beetje verkrampt. Ik voel het ook in m’n lijf als ik het vertel. Maar niet elke plant begint elk jaar in maart, het jaar daarna begint die weer in april, dan heb je weer last van slakken, dan heb je weer last van muizen.. Dus het is heel erg meebewegen. En dat zijn we in onze samenleving heel erg kwijtgeraakt. Of dat is uit balans.” Het uitbannen van risico’s. We zijn er goed in. Terwijl juist de grilligheid dingen mooi en spannend maakt.
Frictie en experimenteren
Ik moet naar aanleiding van het gesprek met Marien denken aan het boek Frictie van Miriam Rasch uit 2020. Zij schrijft over onze relatie met het uitbannen van risico en hoe met name de hedendaagse techwereld en hun geloof in dataïsme hier verslaafd aan is geraakt. Met de verstrekkende gevolgen dat de onvoorspelbaarheid van ons denken, lijf en onze omgeving wordt ontkend en onderdrukt. Rasch haalt in haar boek de uitspraak ‘Zonder mislukking (echec) geen moraal’ van Simone de Beauvoir aan. ‘De mens’, schrijft Rasch, ‘is gedoemd tot het echec, tot mislukking, omdat wat je doet nooit precies zo zal uitpakken als je denkt, hoopt of vreest.’ We moeten volgens Beauvoir en Rasch ‘stoppen met de droom om alles te kunnen weten en alle twijfels uit te kunnen bannen, de droom dat je (als een homo deus) het standpunt van een alwetende god in zou kunnen nemen, oftewel van een wezen dat nooit hoeft te twijfelen en keuzes hoeft te maken, maar dus ook niets nieuws kan beginnen, niet eens kan bewegen.’
Als kunstenaar ben ik juist opgeleid om te experimenteren en serendipiteit toe te laten en in te brengen. Maar ook de creatieve sector staat door frictieloos design onder druk. Als er iets is dat deze tuin mij leert is het de ethiek van mogen mislukken. Dat er ruimte is voor het onverwachte. Voor het niet weten. Voor teleurstelling en verwondering.
Helemaal in m’n lijf
Tijdens en na het werken in de tuin ervaar ik rust in mezelf en in mijn hoofd. Alsof eindelijk de eindeloze gedachtestroom even is geneutraliseerd. Ik had volledige aandacht voor de handelingen en al mijn zintuigen stonden aan en deden mee. Ondanks de fysieke arbeid waar m’n lijf moe van is, voel ik me in m’n hoofd niet moe. Ik voel me helder en aanwezig. En zo fiets ik verrijkt en ontspannen weer over de dijk terug naar de trein.
Rasch, M. (2020). Frictie. De Bezige Bij.
De Beauvoir, S. (1947). Pleidooi voor een moraal der dubbelzinnigheid. Uitgeverij Bijleveld


Comments